Gent Jazz – dag 1 en 2 (10 en 11 juli 2015)

Naamloos

JAZZ GENT - DAG 1 - 10 juli 2015

Lag het aan de zonnegloed, het feit dat het vrijdag (en dus voor velen nog werkdag) was, het nog relatief vroege uur of aan de combinatie van deze drie? Feit is dat op de eerste festivaldag van Gent Jazz 2015 de bezoekers de tent aan de main stage wel erg traag binnensijpelden en je vooral bij opener Keenroh XL onmogelijk naast al die lege plaatsen kon kijken. (Trouwens de hele avond lang zouden heel wat stoelen onbezet blijven en daar de organisatie voor het eerst had verkozen om te werken met genummerde zitplaatsen, viel dit des te meer op. De zgn. vips overigens, waren dit jaar verbannen naar een afgebakende ruimte helemaal achteraan, boven, géén slechte oplossing naar mijn bescheiden mening.)

Keenroh XL

Die geringe opkomst was des te meer jammer voor het negenkoppig gezelschap dat de eerste noten van de dag ten gehore mocht brengen. Deze XL-versie van Keenroh - in oorsprong het duo Thijs Troch (piano) en Jan Daelman (fluit) dat vorig jaar werd bekroond op het concours Jong Jazztalent Gent 2014 – had best méér belangstelling verdiend. Het nonet – met Michel Massot op euphonium i.p.v. de in de festivalkrant vermelde Niels Van Heertum – bracht een repertoire van bestaande stukken (Kris Defoort meermaals, Jozef Dumoulin, Ben Sluijs, Bo Van Der Werf) en eigen materiaal. Het werd een geslaagd optreden dat door de toehoorders kon worden gesmaakt en gewaardeerd. Beklijvende interventies waren er o.a. van Bart Maris en Thomas Jillings. Tip: mis deze jongens niet wanneer ze in het najaar dankzij een door JazzLab opgezette tournee in de (al dan niet nabije) buurt komen spelen.

Thijs Troch
Michel Massot
Michel Massot Bart Maris
Kris Davis Infrasound

Infrasound Octet, het gezelschap dat Kris Davis zich geselecteerd had, kaapte op dag 1 alvast symbolisch de trofee weg in de categorie “meest opmerkelijke bezetting”. In de gelederen nl. zowaar 4 basklarinettisten, géén bassist, daarentegen wel een Hammond-orgel, en voorts een gitarist en een drummer. ‘Infrasound’ heet het nieuwste project van de Canadese pianiste en componiste, en de bedoeling schijnt dat de luisteraar de muziek niet alleen hoort maar door de lage frequenties ook letterlijk aan den lijve voelt. Het – ook voor dit concert nog steeds niet echt talrijk – publiek kon kennismaken met wat Davies op de cd ‘Save Your Breath’ bijeen heeft gecomponeerd en tijdens de uitvoering ervan bleek een behoorlijk belangrijke rol weggelegd voor “onze” Joachim Badenhorst (een naam die mij alvast immer de oren doet spitsen). Het werd een optreden dat mij bijzonder kon bekoren, maar uit de reacties achteraf – zowel van mijn eigen kompanen als van mij volslagen onbekenden – bleek dat de appreciaties duidelijk verschillende gradaties vertoonden. Overigens viel het met die infrasound, dat “muziek ook letterlijk voelen”, best mee (of dient geschreven: tegen?). Opvallend was hoe bescheiden Kris Davis zich opstelt, waardoor eigenlijk dreigt over het hoofd te worden gezien dat uiteindelijk zij verantwoordelijk is voor dit project en de bijhorende gebrachte composities.

Jack DeJohnette Made In Chicago

Een levende legende als drummer Jack DeJohnette live aan het werk kunnen en mogen zien, en bovendien omringd door figuren die al net zo belangrijk zijn in de geschiedenis van de jazz: het oogt als de kers op de taart. En toch stond dit concert niet als laatste van de avond geprogrammeerd. Het kwartet bestond verder uit Larry Gray (bas), Roscoe Mitchell (sax) en Muhal Richard Abrams (piano) en werd door presentator Mark Lefever aangekondigd als de crème van de avant-garde. DeJohnette bracht eerder dit jaar de cd ‘Made in Chicago’ (ECM) uit en uit dat materiaal werd gretig geput voor dit concert.
Ondergetekende ervoer het optreden helaas niet als een vlekkeloos parcours omdat bij momenten Mitchell minutenlang vrij eentonig sopraansax speelde: steeds dezelfde patronen herhalend waardoor enkele passages eerder irriteerden dan intrigeerden. Dat interventies daarbij van Abrams soms inspiratieloos leken en dus weinig toevoegden, hielp al evenmin om de aandacht voortdurend naar een hoger niveau te tillen. DeJohnette zelf maakte uiteindelijk, en zeker tijdens zijn meerdere drumsolo’s, het meest indruk. De hooggespannen verwachtingen dienden in de loop van de performance derhalve te worden getemperd waardoor ikzelf na afloop ten prooi viel aan enige ontgoocheling, maar dat deze toch eerder licht was strekte dan weer tot troost. Aardig weetje: DeJohnette speelde ooit bij Charles Lloyd, de man die als top of the bill stond geprogrammeerd voor dag 2 (11 juli).

Jack DeJohnette
Muhal Richard Abrams
Roscoe Mitchell
Bill Laswell

En toen wandelden de Master Musicians of Jajouka het podium op en gingen er rechts vooraan naast elkaar postvatten om het laatste concert on the main stage van de avond in te zetten. Niets in hun bescheiden en rustige houding deed ook maar één ogenblik vermoeden dat de in het groen gehulde Marokkaanse muzikanten de tent bijna letterlijk in lichterlaaie zouden zetten. Maar toen zij eerst onder elkaar - dus zonder verdere begeleiding van de gezellen die nog moesten verschijnen - inzetten, werd alras duidelijk dat zij het publiek op de hand èn aan het bewegen zouden krijgen.
En als dan de imposante Bill Laswell zijn indrukwekkende elektrische bas omgordde en Material het sein tot de aanval gaf, leek het alsof de toehoorders zich van alle boeien en kluisters bevrijdden en alle remmen losgooiden. Dra stonden al de eersten te dansen en naarmate het optreden vorderde, werd dat aantal groter zodat naar het eind een ware menigte, totaal in de ban van deze trancemuziek, zich totaal overgaf. Laswell zelf was geen enkel ogenblik verbaal communicatief – hij liet het contact met het publiek over aan een van de Masters - maar om zijn présence op het podium kon je onmogelijk heen. Met zijn diepe en zeer luide basspel bereikte hij elk der aanwezigen en elke noot ging door merg en been en voelde je letterlijk in de ingewanden stompen. Eigenlijk bracht hij in de praktijk wat Kris Davis eerder op de avond had betracht: dit was waarlijk infrasound. Door het geluidsvolume dat werd geproduceerd, liet de passage van dit bonte gezelschap niemand onberoerd en de commentaren achteraf gingen dan ook van “schitterend” tot uitingen van veel meer gereserveerde aard. Zelf was ik danig onder de indruk van dit welhaast hypnotiserend optreden, hoewel ik graag en grif toegeef dat de muziek het méér moest hebben van het ritme en het repetitieve karakter dan van vernieuwende en/of verbazende melodielijnen.
Wegens behoorlijk murw en bovendien met flink nazinderende oren na dit concert moest ik noodgedwongen het ongetwijfeld veelbelovende optreden van Reijsiger, Fraanje en Sylla op de garden stage aan me laten voorbijgaan. Gent Jazz 2015, dag 1, had werkelijk voor elkeen iets te bieden.

 

JAZZ GENT - DAG 2 - 11 juli 2015

FlikFlak w Mark Turner

Al menige jaren is het traditie dat Gent Jazz een coaching project uitwerkt met studenten van HoGent School of Arts. Deze editie viel die eer te beurt aan een septet jonge wolven die zich Flikflak noemen en het geluk hadden gesmaakt zich eerder op het jaar saxofonist Mark Turner als mentor te zien toewijzen. Het resultaat van die intensieve samenwerking in de voorbije maanden kreeg het publiek als opener van de tweede concertdag geserveerd. De groep – zanger, saxofonist, trombonespeler, pianiste, gitarist, contrabassist en drummer – bracht stukken zowel zonder als mèt Turner in de rangen en ook in onderling wisselende bezettingen. Het repertoire bestond uit enerzijds eigen composities – waaronder zeer mooie van pianiste Heleen Andriessen en vooral van gitarist Artan Buleshkaj – en anderzijds covers. Zanger Jonas Veirman was in de meeste stukken prominent aanwezig, maar zijn vocals waren steevast woordeloos en wat hij dus eigenlijk deed was mee neuriën met de groep of de solerenden, soms unisono. Slechts één keer bracht hij ècht een lied, met name ‘Nature Boy’, in de loop der jaren talloze keren gecoverd, maar misschien toch het best gekend in de versie van Nat King Cole. Vocal jazz: je houdt ervan of niet; in dit geval beviel mij het timbre van de stem van zanger Veirman wel. Wellicht een open deur intrappen is het als ik aanbreng dat wanneer Mark Turner mee voor de micro kwam staan om zijn typische saxgeluid te laten horen, het niveau een stuk werd opgetild. Maar al bij al is de evaluatie dat deze muziekstudenten zonder kleerscheuren uit dat optreden geraakten.

Mark Turner
Vijay Iyer

Over niveauverschil gesproken en om maar meteen to the point te komen m.b.t. het optreden van Vijay Iyer: wat deze pianist met zijn trio aansluitend aan het voorafgaande concert presteerde, was adembenemend. Het grote woord is er uit, maar met zorg gewogen en neergeschreven. Iyer kondigde aan dat vooral uit de recente cd ‘Break Stuff’ (ECM) zou worden geput, met daarnaast toch enig grasduinen in “ouder” werk. De set was zo opgebouwd dat telkens clusters van composities werden gebracht, tussen dewelke de pianist toelichting gaf. Het viel overigens op hoe ontspannen hij zich toonde, humorist ook trouwens, niet de bloedernstige muzikant - stijve hark zelfs soms - uit vorige ervaringen.

Marcus Gilmore
Stephan Crump

Wat Iyer samen met Stephan Crump (bas) en Marcus Gilmore (drums) op zijn muzikaal presenteerblad aan het publiek aanbod, verwoord ik in een poging tot omschrijven als: eigenlijk best complexe muziek, echter op zo’n manier en in zulk een vorm gebracht dat alles toch vrij toegankelijk werd. Ontegensprekelijk was dit voor mij - en velen met mij, dat is niet steeds het geval – het hoogtepunt sinds de start van Gent Jazz 2015. Minstens 4 sterren, als we deze ietwat simplistische formule dan toch één keer willen toepassen. Maar dag 2 was nog niet ten einde, voeg ik daar bij wijze van cliffhanger aan toe…

Abdullah Ibrahim Trio

De superlatieven dienden tijdens het concert van Abdullah Ibrahim Mukashi Trio helaas weer te worden opgeborgen. Meer nog, ondergetekende kreeg een déjà vu: his mind drifted back naar dat optreden in de Stadsschouwburg van Brugge waar Ibrahim solo aan de piano enorm indruk maakte, maar het concert verzandde en leek zich eindeloos voort te slepen toen hij aan zijn vierkoppige blazerssectie volop - en daardoor te veel – tijd gaf om elk op zijn beurt te soleren. Ook on the main stage in Gent was dat het euvel en het bezwaar: de passages waar in trio werd gespeeld en dus ook Cleave Guyton (fluit, klarinet) en Noah Jackson (cello, bas) muziekgewijs – al dan niet solerend - mee aan het woord kwamen, bleken de zwakste van het concert. Beiden kregen nogal wat ruimte “om zichzelf uit te drukken” en vooral door de interventies van de fluitspeler kregen bepaalde composities bij momenten een hoog ‘Il est cinq heures, Paris s’éveille’-gehalte. Geen kwaad woord over dat prachtchanson, maar tijdens een concert van Abdullah Ibrahim slaat de sfeer van dat nummer als een tang op een varken. Erger was dat die passages soms ronduit saai en slaapverwekkend waren. Ik herhaal en benadruk echter: de momenten waarop de (inmiddels 80-jarige) maestro solo aan het klavier zat, waren indrukwekkend, (maar betreurenswaardig weinig frequent). Bij thuiskomst beluisterde ik ‘Senzo’ (2009) opnieuw en wenste mezelf toe dat het concert van dat niveau zoude zijn geweest.

Abdullah Ibrahim
Charles Lloyd Quartet

Het optreden van Charles Lloyd Quartet had niet onder een meer ongunstig gesternte kunnen starten en even zag het er zelfs naar uit dat het (slecht) zou aflopen nog vóór het was begonnen. Toen de saxofonist namelijk het podium opkwam, geraakte hij in de war bij het zicht dat nog volop mensen de tent in- en uitliepen, wat hem verstoord deed uitroepen: ‘What is this? People are walking in and out, can’t they close the doors? This isn’t a carnival!’. Waarna hij samen met de 3 andere muzikanten rechtsomkeert maakte en linea recta terug de coulissen in verdween. Wellicht werd hij daar degelijk gebrieft, want een korte wijle later nam hij terug zijn plaats in en mochten de aanwezigen zich verheugen in een concert dat zonder tegenspraak uitgroeide tot een historisch gebeuren.

Charles Lloyd

Bij momenten op één been staand - als een kraanvogel, kwam als beeld in mij op – verblufte Lloyd de toehoorders met zijn nu eens zacht aangeblazen, soms zelfs fluisterende noten en dan weer uiterst krachtig spel. Een zegen was dat de 77-jarige saxofonist – en tijdens één stuk ook fluitist - tijdens dat steevast intens spelen constant kon en mocht rekenen op stevige rugdekking van zijn (flink jongere) begeleiders: Gerald Clayton (piano), Joe Sanders (contrabas) en Kendrick Scott (drums). Wat mij betreft werd hier muziekgeschiedenis geschreven en werd dit een passage die verdient te worden opgenomen in de annalen van Gent Jazz. Bovendien bood Lloyd het publiek naar het eind van het optreden ook onverwacht zijn excuses aan voor zijn uitval eerder op de avond. Hij haalde daartoe een anekdote aan over een ontmoeting met Toots Thielemans in Zuid-Afrika: toen diens manager daar plots stierf, vroeg Toots of Lloyd hem even zou komen opzoeken. Tijdens deze poging om troost te vinden, kwamen beiden tot de conclusie dat het leven kort is, so “be kind to everyone”. Charles Lloyd: niet enkel als muzikant groots, maar ook als mens.

Gerald Clayton

Dag 2 van Gent Jazz editie 2015 bracht zowaar twéé hoogtepunten: tel dus uit je winst!

Tekst: Paul Godderis

Foto's: Jos L. Knaepen

 


Logo

 

Upcoming

No current events.

 

clemenscom logofp

 

WerfrecordsLogo-300
werf-algemeen
vkh logo zwart


Special thanks to our photographers:

Henning Bolte
Cedric Craps
Christian Deblanc

Koen Deleu

Ferdinand Dupuis-Panther
Anne Fishburn

Stefe Jiroflée
Jos L. Knaepen
Jacky Lepage

Nina Contini Melis
Arnold Reyngoudt
Willy Schuyten
Frank Tafuri
Jean-Pierre Tillaert
Guy van de Poel
Cees van de Ven
Marie-Anne Ver Eecke

Jan Vernieuwe

and to our writers:

 

Henning Bolte
Ferdinand Dupuis-Panther
Paul Godderis
Jean-Pierre Goffin
Claude Loxhay
Herman te Loo
Iwein Van Malderen